Pasen en Pinksteren vielen samen!

Afgelopen week werd ik blij verrast door drie hoopgevende uitspraken:
1/ Artsen gaan 30 miljoen besparen door zelf te kijken welke behandelingen het beste zijn. Lees het artikel.
Geen beter voorbeeld van “lean standaard werk” dan dit!
De eigen vakmensen steken de koppen bij elkaar om samen vast te stellen wat de beste manier van werken is, in plaats van dat anderen dat over hen heen beslissen.
Die “standaard” dan tot werknorm verheffen en daarna wakker blijven op elk signaal dat die standaard wéér verbeterd kan worden.
Daarna die verbeterde standaard in datzelfde overleg tussen vakmensen tot nieuwe standaard benoemen.
En deze werkwijze nooit meer loslaten!
Dan heb je ‘permanent verbeteren’ geborgd en gaat je kwaliteit meetbaar stelselmatig omhoog……
2/ De bezem door de indicatoren: het nieuwe kwaliteitsinstituut pleit ervoor weer helemaal terug te gaan naar de essentie! Lees het artikel.
Eindelijk helemaal vertrekken en je oriënteren op waardetoevoeging voor patiënten. Daar waar wij als zorg voor zijn.
En de rest snoeien!
3/  hernieuwde belangstelling voor Rijnlands denken ziet ten koste van Angelsaksisch sturen: organiseer weer op basis van vertrouwen! Aldus Elsbeth de Ruijter, bestuursvoorzitter van GGZ inGeest (lees het artikel).
Dat leken mij drie prachtige Pinksterboodschappen (in de lijdensweek voor pasen!).
Totdat witte donderdag het drama van de NZA publiek werd. Daarin bleek dat vijf universitaire ziekenhuizen en dertig van de ruim tachtig algemene en topklinische ziekenhuizen in 2012 verlies leden, waarmee financiële situatie van de ziekenhuizen veel slechter was dan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) minister Schippers en de Tweede Kamer heeft verteld. Dit komt uit het dossier dat klokkenluider Arthur Gotlieb samenstelde over de NZa. Twee weken voor zijn zelfgekozen dood overhandigde Gotlieb het aan zijn hoogste baas: de NZa-bestuursvoorzitter.
De NZA, hét controle-lichaam op onze indicatoren!
Er moet helaas toch weer geleden worden voordat het Pinksteren mag worden.